Haaland, de mens
Een verhaal dat ik in 2023 over Erling Haaland schreef.
In 2023 schreef ik voor voetbaltijdschrift Hard Gras een verhaal over Erling Haaland (hier verkrijgbaar). Nu het constant over Haaland gaat (of is dat alleen mijn algoritme?), leek het me leuk om hier een lichtelijk aangepaste versie te delen. Het is wel veel langer dan een gemiddeld Substack-stuk, maar misschien is dat een goede spanningsboogtraining.
—
Manchester, 2026
Er zijn vier Haalands op deze wereld. Tenminste, vier actieve Haaland-soortigen. Tenminste, vier actieve Haaland-soortigen, voor zover we weten.
Er is Erling Braut Haaland, natuurlijk, de briljante superspits van Manchester City die op machinale wijze verdedigers, verdedigingen en, breder nog, complete ploegen kapot kan spelen. Daarnaast is er Albert Braut Tjåland, een 1,85 meter lange aanvaller die onder contract staat bij Rosseland BK en niet geheel toevallig een volle neef is van Haaland. De 22-jarige Tjåland is een sterke, rechtsbenige spits die bij zijn debuut voor Molde FK na een paar minuten al scoorde. En er is spits Jonatan Braut Brunes, een andere, blonde neef van Haaland die bij zijn Eliteserien-debuut scoorde. Inmiddels voetbalt hij voor Raków Częstochowa.
Ohja, en dan is er ook nog Emma Braut Brunes, zij speelt voor Brøndby IF in Noorwegen. Ze is de nicht van Haaland.
Allemaal hebben ze minstens één kenmerk of trekje van de grote Premier League-ster. Het geeft hem iets onontkoombaars; zelfs als Haaland een keer niet speelt, is er ergens ter wereld wel een achterneef of tante die er drie in de kruising jaagt of een prijs wint.
Altijd als ik iets lees over de familie van Erling Haaland, moet ik denken aan een tweet van de Britse schrijver Joel Golby uit maart 2021. Hij beschrijft exact hoe ik me voel als ik Haaland zie of nadenk over die familie vol Haaland-varianten – de een iets kleiner, de ander met wat donkerder haar, allemaal net iets minder Haaland-achtig dan Haaland zelf:
erling haaland is wonderful at football but there is something so deeply, uncomfortably monstrous about him. i just feel like the US army were involved in him somehow. there’s a bunker full of misshapen erling haalands buried under a desert somewhere, heading each other to death
Tot mijn schaamte moet ik bekennen dat ik weleens gedroomd heb dat ik voor een reportage op zoek moest naar die bunker die Golby beschrijft. Het werd een eindeloze tocht langs grotten, voetbalkooien en laboratoria, het was zowel ontmoedigend als een tikje beschamend. Vermoedelijk was het ook een teken dat ik in m’n hoofd wel erg druk met Haaland bezig was en misschien een weekje vakantie nodig had.
De afgelopen maanden heb ik Haaland op bijna devote wijze gevolgd, deels omdat ik hem een fantastische speler vind, maar ook omdat ik met een vraag zat: waarom vinden we hem zo onmenselijk? Als het gaat over Haaland, spreken we over hem alsof hij een machine, robot of zelfs alien is. Iedereen, van René van der Gijp tot Pieter Zwart – toch een beetje de twee uiteinden van het gilde der voetbalanalytici – lijkt het eens: Haaland is niet menselijk. Natuurlijk, zijn prestaties zijn ook absurd, maar Kylian Mbappé – die op z’n 22ste zijn vijftigste interland voor Frankrijk speelde en jaren op rij topscorer van de Ligue 1 was – wordt zelden vergeleken met een buitenaards wezen. Ook Luis Suárez, die in het seizoen 2013/14 in zijn eerste twaalf optredens in de Premier League nóg vaker scoorde dan Haaland in hetzelfde aantal wedstrijden, is nooit neergezet als alien – wel als kannibaal, vrij terecht.
Wat maakt Haaland, los van zijn statistieken, zo ‘onmenselijk’? Is het die emotieloze gezichtsuitdrukking na doelpunten? Zijn het de behoorlijk ongemakkelijke antwoorden in interviews als hij een vraag krijgt die hij onzinnig acht? Of is het zijn naam? Braut betekent volgens Google Translate ‘goed’ in het Noors, wat de hypothese dat hij niet menselijk is iets plausibeler maakt. Het voelt als het type grap dat een AI developer zou maken, een nerd die het ironisch vindt dat iemand die uitzonderlijk is in wat hij doet heel droogjes alleen ‘goed’ als tweede naam heeft.
Het zal een optelsom zijn: de combinatie van zijn statistieken, voorkomen, nationaliteit en uiterlijk zorgt ervoor dat we hem niet kunnen duiden en ons daarom maar wenden tot vergelijkingen met het buitenaardse.
Gelsenkirchen, 2021
Erling Haaland hangt in de lucht, zijn rechterbeen gebogen, zijn linker gestrekt met de bal tegen zijn voet. Met zijn rug naar het doel – of beter gezegd: z’n zij, hij is een kleine kwartslag gedraaid – oogt hij compleet in balans, volledig in evenwicht. Zoals altijd, eigenlijk. Als hij een duw krijgt rent hij door, sterker nog, hij lijkt de duwtjes van verdedigers altijd in zijn voordeel te gebruiken en alleen maar sneller te worden. En als hij de bal uit de lucht plukt, doet hij dat met routine en souplesse.
Haaland is een biohacker, volgens de website van Red Bull. Biohackers proberen de grenzen van de menselijke capaciteit op te rekken en hun lichaam en leven te optimaliseren. Haaland is overigens niet de enige biohacker onder de voetballers: onder meer Robert Lewandowski en Cristiano Ronaldo zien het als de ultieme manier om aan de top te blijven en de concurrentie te kunnen verslaan.
Haaland doet elke avond zo’n veertig minuten (yoga-)oefeningen voor het slapengaan. Verder draagt hij een bril die blauw licht filtert als hij ’s avonds gamet of op z’n telefoon zit, maakt elke ochtend vroeg een wandeling, slaapt waar mogelijk altijd op hetzelfde tijdstip en zet de WiFi in zijn huis elke avond stipt om 10 uur uit. Hij mediteert en heeft een strikt dieet, tot op de eiwit nauwkeurig. Zijn water drinkt hij pas nadat het door een filtersysteem is gegaan.
Misschien verklaart dat waarom hij ogenschijnlijk altijd in evenwicht is, maar het verklaart nog niet hoe het kan dat hij zo’n indrukwekkende versnelling heeft. Als hij aanzet voor een sprint over tientallen meters, lijkt hij exponentieel sneller te worden. Hij is als een stationair draaiende auto die elk moment razendsnel kan optrekken. Ook verklaart het biohacken trouwens niet hoe hij op jonge leeftijd al zo sterk was dat hij verdedigers van zich af kon schudden als ware het vlooien, maar dat terzijde.
Een filmpje uit de wedstrijd van Manchester City tegen Wolverhampton Wanderers uit september 2022 laat zien hoe Haaland verder aan zijn kansen komt; terwijl City start met een snelle counter, rent de Noor vanaf de middencirkel naar het strafschopgebied. Onderweg is een verdediger van Wolves zo onverstandig om de spits te schaduwen. Haaland kijkt – al sprintend – naar zijn tegenstander en besluit hem met twee handen een klein duwtje te geven, waarna de Wolves-speler uit balans raakt en Haaland vrij voor het doel staat. Een cartoonesk maar effectief moment. Zijn positionering is al goed, maar als Haaland de natuur ook nog een handje helpt – met een beweging die door de VAR langzaam uit het voetbal gesleten is, maar bij Haaland op de een of andere manier toch geduld wordt – is hij nauwelijks af te stoppen.
Kijkend naar alle doelpunten die Erling Haaland namens Dortmund gemaakt heeft, valt op dat hij een favoriete manier van scoren heeft: met een harde, lage schuiver in een hoek. Op haast monomane wijze zoekt hij in de buurt van het strafschopgebied automatisch naar de lage hoeken. De verstandigste manier, die ons altijd is aangeleerd door trainers en andere bemoeials. “Je moet ‘m laag in de hoek schieten, dan moet de keeper naar de grond. Als je ‘m hard genoeg raakt en goed richt, zit-ie altijd”, zeiden mannen in te grote trainingspakken met hun initialen op de borst altijd tegen me. Ja, dacht ik dan, maar dat is niet leuk. Ik wilde de bal via de lat het doel in zien spatten, ik wilde als Robin van Persie over het veld vliegen. Dat kon ik niet, daar niet van, maar het was een niet te onderdrukken aandrang. Ik zie het nog weleens bij jonge spitsen die alleen voor de keeper staan; ze hameren de bal met veel te veel kracht over en buigen hun hoofd, zich schamend voor het gebrek aan zelfbeheersing en de overdaad aan begeerte.
Juist daarom is het doelpunt namens Borussia Dortmund tegen aartsrivaal Schalke 04 zo fijn. Net voor rust, in de 45ste minuut, komt een hoge bal Haalands kant op. De voorzet van Jadon Sancho is traag, stroperig, en geeft de spits de mogelijkheid om op te stijgen. Met een halve omhaal – die hij ‘ingehouden’ raakt zodat de bal niet over het doel kan vliegen – scoort hij de 0-2. De Noor zelf lijkt blij verrast, alsof hij niet wist dat hij dit óók kon.
“Hij is een machine”, zei ploeggenoot Marco Reus na afloop, het soort statement dat voetballers maken zonder daar al te lang bij stil te staan.
Hoe vaker ik hem zie spelen, des te meer zich een gedachte opdringt die ik niet kan onderdrukken: Haaland is als een prototype dat nog niet gelanceerd had moeten worden maar per ongeluk al op de markt is gebracht. Haaland speelt alsof hij twintig of dertig jaar later opgeleid had moeten worden, met nog betere trainingsmethodes en voeding. Haaland is de toekomst.
Bryne, 2020
Het is een warme zomerdag in 2020, net buiten Bryne, een Noors plaatsje waar zo’n 12.000 mensen wonen. Het decor: een gigantisch aardappelveld. De hoofdrolspeler: Erling Haaland. Rekwisiet: de blauwe 1961 Super Dexta-tractor waar Haaland shirtloos op zit. Uncredited: Gabriel Høyland, de man van wie de tractor is. Hij is de oudoom van Erling en was, uiteraard, zelf een profvoetballer.
Net zoals elke zomer keerde Erling Haaland in 2020 terug naar zijn heimat om familie en vrienden te bezoeken, hout te hakken met zijn vader Alf-Inge, koeien te voeren en te ‘helpen’ op de boerderij van zijn oom Gabriel. Hij is geen agricultureel natuurtalent – op de tractor stompte Erling de aardappelen per ongeluk naar beneden, in plaats van ze omhoog te duwen – maar zijn aanwezigheid wordt gewaardeerd. Er is wel een verschil vergeleken met eerdere jaren: na zijn transfer naar Borussia Dortmund, een halfjaar eerder, en zijn overdonderende entree in de Duitse Bundesliga – in zijn eerste competitiewedstrijd voor Dortmund scoorde hij in ruim een half uur tijd drie keer, een prelude op zijn ongelofelijke scoringsdrift – is hij wereldwijd bekend. Als hij een foto post van zichzelf in blote bast op een tractor, gaat deze meteen de hele wereld over. Net als de foto met kettingzaag en oranje veiligheidsbril voor een omgevallen boom, maar laten we eerlijk zijn: er is geen wereld denkbaar waarin een foto in zo’n setting niet viral zou gaan.
Juist omdat hij zo machinaal oogt en bewust geoptimaliseerd leeft – bijna monnikerwijs, ontdaan van zonden als blauw licht – is het contrast groot als hij zich door Bryne beweegt. Hij gaat graag langs Yummy Time, waar ze zijn favoriete eten, een kebab pizza, tot kunst hebben verheven. Of langs Wen Hua House, een Chinees restaurant waar hij meestal de eend of zoetzure kip bestelt. Het zijn genoegens die hij zichzelf zelden gunt, behalve als hij in Bryne is; het is alsof hij daar transformeert in een ander mens.
Amsterdam, 2021
“Hij doet mee woensdag, volgens mij.”
“Wie?”
“Haaland.”
Ik knik. Ik zit naast mijn vaders ziekenhuisbed in het VU Medisch Centrum in Amsterdam. Een paar dagen eerder heeft hij een zeven uur durende operatie gehad waarbij een speekselkliertumor is verwijderd. Het is de eerste stap in het behandelproces, hierna moet nog een intensief bestralingsproces volgen. Praten gaat moeizaam en alles doet pijn, net als in de maanden hiervoor, maar toch heeft mijn vader het even over Haaland, die met Borussia Dortmund tóch mee kan doen in de wedstrijd tegen Ajax.
Het zegt veel over diens status: een voetballer behoort pas echt tot de hoogste echelons als er in een ziekenhuiskamertje wordt gesproken over het gevaar dat hij vormt.
Ik zou eigenlijk met mijn vader naar de wedstrijd gaan, zoals zo vaak. Het is een onovertroffen formule, wat mij betreft: mijn vader en ik, samen ergens in een stadion in Spanje, Duitsland of Nederland. Veel uit zijn ‘gewone’ leven is de afgelopen tijd verdwenen of veranderd – zoals zijn slaap- en eetpatroon – maar voetbalwedstrijden blijft hij volgen. Het enige verschil is wel dat hij al maanden niet meer in een stadion is geweest.
Een paar dagen later zie ik in de Johan Cruijff Arena voor het eerst in mijn leven Haaland live spelen. Hij toont zich feilbaar, genadig ook: hij mist meerdere kansen, stuit op keeper Remko Pasveer en ramt nog een keer op de lat. Ajax wint met 4-0. Even is hij niet die onklopbare machine, maar gewoon een gefrustreerde spits. Toch ben ik onder de indruk van Haaland, en dan met name van de constante dreiging die van hem uitgaat. Hij boezemt tegenstanders angst in, op een manier zoals Rory Delap dat deed met zijn ellenlange inworpen of Roberto Carlos met zijn als vrije trappen vermomde voetzoekers; het is het type angst dat verdedigers anders doet bewegen en trainers hun spelplan om laat gooien.
Na de wedstrijd app ik m’n vader. Hij heeft met tevredenheid gekeken.
Fjørtoft, 2031
Het is aardedonker. Overdag schijn je hier, in het uiterste westen van Noorwegen, uit te kijken op een kustlandschap en het bijbehorende, nabije natuurreservaat. Tenminste, dat zeggen ze. Nu rest slechts het licht van de grote vuurtoren aan de overkant.
Als ik mijn bezoekerspas tegen de scanner houd, duurt het een paar seconden voordat de zware, stalen deuren openen.
“Kom erin”, zegt een lange, blonde man met een stevige handdruk die me in de welkomsthal staat op te wachten. “Fijn dat je er bent. Je mag even naar het einde van de gang lopen, ik kom er zo aan.” Plots sta ik weer alleen, onzeker over wat ik nu precies moet doen. Ja, over de marmeren vloer naar het einde van de gang lopen, maar moet dat écht? Deze plek maakt me onzeker over waar ik ben, wat ik moet doen en of ik niet getest word.
De lange gang heeft aan weerszijden glas en water, alsof het een aquarium is. Tenminste, ik ga er voor het gemak even vanuit dat het water is, maar het zou net zo goed een andere, voor mij nog naamloze doorzichtige substantie kunnen zijn. Als ik aan het einde van de gang kom, worden mijn vermoedens bevestigd: achter het glas drijven een aantal kleine, maar verder realistische poppen. Ze dragen voetbalshirts en kijken allen vrolijk. Tijdens mijn studie Media & Cultuur ging het vaak over de uncanny valley, het punt waarop er een afkeer ontstaat van androïden of andere robotachtige wezens omdat ze veel op echte mensen lijken, maar ook net niet genoeg. De griezelig realistische gezichten boezemen dan angst in, in plaats van je een warm en vertrouwd gevoel te geven. Ik begreep nooit helemaal hoe dat er in de praktijk uit zou zien, tot nu, tot het moment dat ik hier voor het glas sta.
“Dit is Gjörkan Flink Raaland”, zegt een stem achter me. Ik draai me verschrikt om en zie de blonde man van de ingang. Hij heeft een stoppelbaardje, laat zijn handen in z’n zakken rusten en draagt een zwart, slim-fit overhemd. “Veertien jaar oud pas, is hij. Scoorde afgelopen weekend acht keer in een jeugdwedstrijd van Lillestrøm. Maar ja, aan het einde van de wedstrijd kon hij zijn emoties niet beheersen en sloegen de stoppen door, figuurlijk. Arme scheidsrechter”, zegt hij mijmerend. “Tja. Prototype”, concludeert hij na een paar seconden stilte terwijl hij z’n schouders ophaalt. “Kom, volg mij maar.”
We komen terecht in een donkere wachtkamer met een panoramisch uitzicht over het water. Er staan een paar stoelen, een lange bank en een houten eettafel. In de hoek bevindt zich een klein keukentje met een koffiezetapparaat dat nog ongebruikt oogt. Terwijl ik kijk naar de golven, probeer ik m’n aandacht bij het ingewikkelde verhaal van de man naast me te houden. Af en toe komt er een term voorbij als “biometrische data”. Voor de vorm knik ik regelmatig, begeleid door instemmende keelklanken, een vaardigheid die ik heb geperfectioneerd op verjaardagen en borrels.
“Wil je wat drinken? We hebben water, bulletproof coffee en Red Bull Zero”, vraagt hij plotseling.
“Nee, dankje.”
“Dan stel ik voor dat we naar beneden gaan. Kom”, zegt de man, die zijn duizelingwekkende tempo vervolgt.
Een grote lift – het type waar je ziekenhuisbedden in zou kunnen vervoeren – brengt ons onder de grond. Als de deur opent, is het donker en koud. De man tikt met zijn handpalm op een lichtknop naast de lift, waarna TL-buizen beginnen te flikkeren. Opeens wordt duidelijk waar we staan: het is een gigantische zaal met in het midden een voetbalkooi. Of beter gezegd: een Footbonaut, een vermoedelijk geavanceerdere versie van de kooi van Borussia Dortmund.
Als we midden in de kooi – waarvan de wanden zijn opgedeeld in kleine vlakken – staan, laat de man zien hoe de Footbonaut werkt. Hij trekt een hendel naast de ingang van de voetbalkooi naar beneden en vrijwel direct wordt er een bal veel te hard in mijn richting gelanceerd. Bij het aannemen moet ik m’n best doen om niet te struikelen. Recht voor me licht een vlak op in het groen.
Ik ben te laat met schieten: er komen in recordtempo nieuwe ballen op me af, steeds lichten er andere vlakken op, afwisselend in het rood en groen.
“Hé, wat ik nog wilde vragen”, zeg ik weifelend, terwijl de man emotieloos kijkt naar hoe ik bestookt word met rondvliegende Nike-ballen. “Er wor-, auw, er wordt vaak een parallel getrokken tussen Erling Haaland en machines, of robots, en ik da-”, ik stop met praten, kijk hem aan en zie een vonk in zijn staalblauwe ogen.
De man zucht diep en trekt de hendel weer omhoog, de ballenregen stopt onmiddellijk. “Weer dit gezeik, altijd dit gezeik”, zegt hij terwijl hij zich omdraait en langzaam richting de lift loopt. “Altijd weer die idioten die me vragen of Haaland wel menselijk is, of hij niet in een laboratorium is gecreëerd. Is het soms een alien?”, vervolgt hij met een dom stemmetje – ik sluit niet uit dat hij mij imiteert. “Nee. Het is gewoon een hele goede voetballer. En nee: hij is niet hier gecreëerd. Natuurlijk, we modelleren de spelers uit onze eigen opleiding naar Erling Haaland. We zouden wel gek zijn als we die kans zouden laten liggen. Maar zijn jullie nou echt zo oppervlakkig? Dat jullie niet kunnen kijken naar een hele goede speler zonder automatisch te veronderstellen dat hij niet menselijk kan zijn?” Hij kijkt me nu aan. “Wat is dat toch voor een dom minderwaardigheidscomplex dat mensen hebben, dat iemand die exceptioneel goed is in zijn werk meteen tot een andere soort zou moeten behoren? Onze spelers zijn inderdaad volgens de conventionele normen niet menselijk, maar Haaland wel. Punt. Bij dezen trek ik mijn toestemming voor dit verhaal trouwens in”, zegt hij terwijl de liftdeuren openen.
Zijn stem galmt nog lang na in mijn hoofd als ik ’s nachts wakker schrik.
Rotterdam (ongeveer), 2022
In de trein van Antwerpen naar Amsterdam kijk ik – vermoeid, overprikkeld, met een apathie die zich alleen meester van me maakt tijdens een lange zit in het openbaar vervoer – op m’n telefoon naar Manchester City - Manchester United. Ergens ter hoogte van Rotterdam spring ik op als Erling Haaland een hattrick maakt.
Het is vreemd: ik ben duidelijk op de hand van United – vanwege de vier oud-Eredivisiespelers en Erik ten Hag, en omdat ik nu eenmaal weinig nodig heb om tegen Manchester City te zijn – maar toch juich ik tot mijn schaamte even bij de 5-1 van Haaland. Het is een mooi schot met links, waarna de Noor over de grond glijdt en in z’n kenmerkende, meditatieve houding juicht. Hoewel ik een hekel heb aan de manier waarop City in het streven naar perfectie en totale dominantie elke vorm van verrassing uit het voetbal lijkt te slopen, kan ik niet anders dan juichen bij het zoveelste doelpunt van Haaland. Het maakt me niet uit hoe machinaal hij is, ik ben simpelweg weerloos tegen het beeld van een jonge gast zonder Premier League-ervaring die het ene na het andere record breekt, hoewel dat volgens Britse pundits onmogelijk is in The Strongest League in the World™. Altijd wordt er geroepen dat spelers moeten acclimatiseren en wennen aan de Engelse competitie, en nu is er een 22-jarige jongen die spot met die archaïsche wijsheid – die ik toch vooral associeer met types als Roy Keane, de man die Erlings vader Alf-Inge naar het einde van zijn carrière schopte.
Na de 6-1 van Foden in de 72ste minuut (assist van Haaland) pakt de Noorse spits meteen de bal, alsof hij snel verder wil met scoren. Uiteindelijk gooit hij ‘m tijdens het juichen toch maar weg, zich wellicht realiserend hoe raar het overkomt om bij deze stand de bal vast te houden.
Na afloop cirkelt de camera letterlijk om Haaland heen, het middelpunt van de 6-3 overwinning. Op dat moment zijn de data-specialisten en redacteuren van voetbalprogramma’s al druk bezig om zijn cijfermatige prestaties naast die van andere spelers te leggen. Misschien wel de opvallendste statistiek uit het complete assortiment: na acht Premier League-wedstrijden heeft Haaland drie hattricks gemaakt, Cristiano Ronaldo deed daar 232 wedstrijden over. Als hij zijn doelpuntengemiddelde vol zou houden, zou hij – met een paar kleine blessures ingecalculeerd – meer dan zestig Premier League-goals in zijn debuutseizoen maken.
“They didn’t belive [sic] in us”, schrijft Haaland op Instagram bij een foto van zichzelf met de wedstrijdbal na de wedstrijd tegen United. Wie er in godsnaam nog niet in hem en Manchester City geloofde maakte hij niet duidelijk, het zal wel het geïnternaliseerde ‘wij tegen de rest van de wereld’-gevoel zijn dat bijvoorbeeld Michael Jordan ook creëerde.
Juist dat maakt hem voor mij menselijker: het feit dat hij na een historische overwinning ook maar heel even bezig is met imaginaire haters. Sowieso heeft zijn hele Instagram-pagina iets vertederends: gelikte wedstrijdfoto’s worden afgewisseld met plaatjes van gezonde karamelsnoepjes die hij gemaakt heeft of een selfie in vakantietijd waarbij hij zich afvraagt of hij zijn lange, blonde haren moet afknippen. Ook in de foto van Haaland met een zonnebril op voor een palmboom zie je het: hij is gewoon een wat slungelige, awkward jongen die ongemakkelijke vakantiekiekjes maakt en toevallig ook allesverwoestend goed kan voetballen.
Bryne (2), 2023
Met elk doelpunt verandert Bryne steeds meer van een doodgewoon stadje in ‘de geboortegrond van’. Hele ladingen journalisten landen op luchthaven Stavanger om zelf polshoogte te nemen op de plek waar het wonder zich heeft geschied. Talloze inwoners van Bryne worden, door herhaaldelijke interviews met internationale media, onderdeel van Haalands ontstaansgeschiedenis. Van jeugdtrainers tot vage kennissen; allemaal klampen ze zich vast aan het scheppingsverhaal van de superspits.
Ondertussen vult zijn beeltenis ook het straatbeeld in Bryne: er zijn meerdere muurschilderingen van Haaland te zien in de Noorse plaats. Zelfs in de varkensstal van Gabriel Høyland is een muurschildering te zien van de lokale held met een varken, gemaakt door kunstenaar Pøbel. Ook bestaan er plannen voor een Haaland-museum en was er een houten standbeeld dat ruim elfduizend euro kostte om te laten maken. Het metershoge standbeeld – gemaakt van een oude boom – stuitte echter op weerstand van omwonenden omdat het “lelijk” zou zijn en bovendien weinig gelijkenissen met de echte Haaland zou vertonen. Opdrachtgever Tore Sivertsen verdedigde het standbeeld met de legendarische woorden: “Laten we eerlijk zijn, Erling is nu eenmaal geen mooie jongen”, maar dat was voor inwoners geen reden om de weinig esthetische Haaland-totempaal te laten staan. Iemand haalde het standbeeld op een nacht in augustus 2022 weg met een hijskraan. Wie het houten kunstwerk verduisterd heeft, weet niemand – of claimt niemand te weten. De dader blijft vooralsnog geïdentificeerd – ook in het rustige Zuid-Noorwegen heeft de politie wel wat beters te doen dan het opsporen van dieven van lelijke kunstprojecten.
Juist hier in Bryne, waar de verering het grootst en zichtbaarst is, leven die vreemde vergelijkingen van Haaland met buitenaardse wezens en robots niet. Hij is hier gewoon een normale jongen, dat hebben de inwoners met eigen ogen kunnen zien. En ze zullen het weer zien. Deze zomer zal Haalands privéjet vermoedelijk weer landen in de omgeving van Bryne. Erling zal langsgaan bij oudoom Gabriel en bij Yummy Time voor een kebab pizza. Misschien zal hij vakantie vieren met een van die andere actieve Haalands, Jonatan Braut Brunes, zoals hij tijdens de WK-break in 2022 ook deed, een biertje drinken en na tien uur ’s avonds gebruikmaken van de WiFi.
Gewoon, normaal, zoals mensen dat doen.






